
In de eerste plaats maken we een onderscheid tussen vlakheid en nivellering.
In de wiskunde is vlakheid een aanduiding van de vormtolerantie, waarbinnen zich een geproduceerd effen vlak (b.v. door frezen of slijpen) dient te bevinden.
Dit vlak is genivelleerd als zich het vlak gemiddeld orthogonal (loodrecht) t.o.v. de zwaartekracht bevindt. In de volksmond bevindt zich het genivelleerde vlak “in het water”. Als een vlak genivelleerd is, is het daarmee automatisch ook zeer vlak.
Om de vlakheid van een oppervlakte te meten, hebben we een referentievlak nodig. Om de nivellering te meten, hebben we een referentievlak nodig dat zich orthogonal t.o.v. de zwaartekracht bevindt. Normaalgesproken meten we een matrix van afzonderlijke punten en interpoleren we tussen deze afzonderlijke punten.



